moleculairebiologie wiki classnotes replicatie DNA noortje Pearson: 16.2

DNA Replicatie Modellen

  1. Conservatieve model
    • in dit model zouden de 2 strengen gesplitst worden gekopieerd en later weer aan elkaar geplakt, resulterend in 1 helix van compleet oud DNA en 1 compleet nieuwe
    • Dit model is uitgesloten
  2. Semiconservatieve mode
    • Dit model zegt dat het DNA in 2 gesplitst word en vervolgens van die splitsing de andere helft word gesynthetiseerd, dit resulteerd in 1 oude streng en een nieuwe streng per Helix in de 1e Generatie
    • Dit model is de daadwerkelijke replicatie methode
  3. dispersieve model
    • In dit model worden er stukken gekopieerd die niet aan elkaar zitten van de 2 helften waardoor je per streng nieuw oud nieuw oud DNA hebt en omgekeerd aan de andere kant
    • Dit model is uitgesloten

Uitsluitings onderzoek

Matthew Meselson and Franklin Stahl hebben onderzoek gedaan naar de replicatie methode. ze hebben het onderzocht door zware 15N isotoop in het oorspronkelijke DNA te stoppen. vervolgens hebben ze de bacterie in een omgeving gezet met alleen het 14N isotoop. hierdoor heeft het DNA verschillende gewichten. door ze te laten repliceren en te isoleren en optelossen krijg je lagen op verschillende hoogtes in het mengsel.

Replicatie

vind plaats in de S fase van de cel

  1. Replicatie vind plaats vanaf 5’ naar 3’ aangebouwd
  2. En word van 3’ einde naar 5’ einde afgelezen

3’ einde Is de De Ribose kant 5’ einde Is de kant met de fosfaat groep

Synthese van nieuw DNA

Tijdens de replicatie splitsen 2 van de 3 fosfaatgroepen af van de nucleotiden, dit verzorgd voor de energie om het process voor te zetten zoals hierboven te zien

Enzymen

  • Helicase
    • Ontbind/ontkoppelt de 2 strengen DNA
    • Dit is de 1e stap
  • Single-strand binding protein
    • Dit enzym zorgt ervoor dat het DNA niet weer aan elkaar bind
  • Topoisomerase
    • Zorgt ervoor dat de spanning die ontstaat het ontbinden
      • door DNA los te knippen en buiten de knoop weer aan elkaar te koppelen
    • Bij de teveel spanning kan het DNA in de knoop raken of breken
    • (denk aan het ontbinden van een gedraaid touw)
  • Primase
    • heeft een stuk RNA primer waar de DNA polymerase aan kan koppelen
  • DNA Polymerase
    • verzorgt de replicatie van het DNA
  • Okazaki Fragment
    • verzorgt de replicatie van de lagging strand

Strengen in DNA replicatie

2 soorten

  1. leading strand
    • gaat aan 1 stuk door naar voren
  2. Lagging strand
    • werkt een stapje 3’ naar 5’, doet vervolgens een grote stap terug en doet het opnieuw tot het weer aan sluit bij het begin van de vorige stap. en gaat weer een grote stap naar achter
    • Okazaki fragment is het Enzym dat dit uit voert
    • Het stuk RNA dat achterblijft wordt omgezet DNA polymerase I

Startpunt DNA replicatie

Eukaryoot

  • Het DNA is zeer groot dus er zijn meerdere Ori(=origin punt)
    • dus meerdere bubbels
  • Lineair DNA

Prokaryoot

  • Het DNA van een Prokaryoot is klein dus is er maar 1 Ori
    • Dus maar 1 bubbel
  • Circulair DNA

Proofreading

Het voorkomen van mutaties door het na lezen (proofreading) en herstellen van DNA Dit word uitgevoerd door

  • DNA polymerase I
    • vervangt RNA stukjes van de lagging strand
  • DNA polymerase III

DNA repair systeem

Nucleotide Excision Repair (NER)

DNA reparatie Enzym (Nuclease)

  • 100 verschillende in E.Coli
  • 170 verschillende in Mensen