wiki DNA genetics genes noortje
DNA
Is sensitive if in a eppendorf cup dont vortex, just tap to mix it
Wat is DNA
- Erfelijke informatie ligt in de code van ons DNA.
- DNA dirigeert de ontwikkeling van
- biochemische,
- anatomische,
- fysiologische
- (tot op zekere hoogte) gedragseigenschappen.
DNA is een macromolecuul opgebouwd uit 4 monomeren met een specifieke sequentie, genaamd (desoxyribonucleotiden). Meestal voorkomend als 2 complementaire strands.
Deze zijn te classificeren als Pyrimidines (C&T) en Purines (G&A) Pyrimidines binden altijd met purines. ze binden niet aan de zelfde soort
Bindings tabel nucleotide
| Purines | Pyrimidines |
|---|---|
| G | C |
| A | T of U (in RNA) |
Waar licht het DNA
Het meeste DNA zit in Chromosomen
Zie ook
moleculairebiologie wiki classnotes DNA noortje Hoofdstuk uit boek: 16.1 en 16.2
4 biologische macromoleculen
- nucleinezuren
- lipiden
- aminozuren
- sacharides
DNA
DNA bestaat uit 2 purines (A&G) en 2 pyrimidines (T&C) Een Purine zit altijd aan een Pyrimidine omdat 2 Purines te wijdt zijn om aan elkaar te koppelen binnen de structuur van DNA 2 Pyrimidines te smal zijn om aan elkaar te koppelen binnen de structuur van DNA De purines binden aan de Pyrimidines d.m.v. van waterstof bruggen A - T en G - C
3’ einde is de onderkant van de nucleotiden (de kant onder de fosfaatgroep) 5’ einde is de andere kant
Nucleinezuren
- Polymeer van nucleotiden - Fosfodiesterbinding
- Wateroplosbaar geladen
DNA Overerving
- chromosomen bevatten genetische informatie
- (Thomas Morgan, 1907, drosophilia)
- Chromosomen = Eiwit + DNA
| Eiwitten | DNA |
|---|---|
| 20 Monomeren (aminozuren) | 4 monomeren (Nucleotides) |
| Complexe polymeren | Simpele polymeren |
| Heterogeen | Few variation |
Wat is genetisch materiaal, eiwit of DNA
- Bacteriofaag T2 = is een virus die bacterien kan infecteren
- de T2 Faag gebruikt de machinerie van de E.Coli om zichzelf te vermenigvuldigen
- De Faag injecteerd DNA
De Bacteriofaag (bacterie virus)
(“bacteria-eaters”) worden ook faag genoemd Een Virus/Faag is niets meer dan DNA (of soms RNA) omhulst door een beschermende laag eiwitten De Faag bestaat uit 2 macromoleculen,
- Aminozuren
- Nucleïnezuren
De onderzoekers van DNA
Hershey & Chase, Wat doet wat?
zij zijn de onderzoekers die de vraag hebben beantwoord wat de instructies geeft in een cel, DNA of Eiwit? dit hebben ze onderzocht door een tracer toe te voegen aan DNA en aan Eiwit. aand DNA hadden radioactieve fosfaat toe gevoegd en aan de eiwitten hadden ze radioactief zwavel toegevoegd omdat deze elementen niet voorkomen in de ander. Hierdoor kwamen ze er achter dat het gemarkeerde DNA aanwezig is in de cel en het radioactieve zwavel in de eiwitten niet.
James Watson & Francis Crick, Ontdekken van de DNA structuur
met behulp van de onderzoeken gedaan door de hieronder genoemde personen.
- Erwin Chargraff
- Rosalind Franklin & Maurice Wilkins
Erwin Chargraff, DNA Compositie
Chargraff ondervond aan dat de compositie van DNA anders is per organisme (%) bijv. zee egel heeft 33% adenine waar E.col maar 25% adenine heeft. dit heeft er voor gezorgd dat het steeds meer leek dat DNA de erfelijke informatie bevatten A(Adenine)(%) = T(Thymine)(%) C(Cytosine)(%) = G(Guanine)(%)
Rosalind Franklin & Maurice Wilkins, DNA structuur model
Door Rontgen crystalografie hebben Franklin en Wilkins een foto kunnen maken van refractie van de röntgenstraling door het DNA. hierdoor zijn ze er achter gekomen dat DNA uit 2 strengen bestaat.
James Watson & Francis Crick
Watson en Crick hebben de data van deze onderzoeken samen gevoegd om te komen tot het dubbele helix model.
en
moleculairebiologie wiki classnotes replicatie DNA noortje Pearson: 16.2
DNA Replicatie Modellen
- Conservatieve model
- in dit model zouden de 2 strengen gesplitst worden gekopieerd en later weer aan elkaar geplakt, resulterend in 1 helix van compleet oud DNA en 1 compleet nieuwe
- Dit model is uitgesloten
- Semiconservatieve mode
- Dit model zegt dat het DNA in 2 gesplitst word en vervolgens van die splitsing de andere helft word gesynthetiseerd, dit resulteerd in 1 oude streng en een nieuwe streng per Helix in de 1e Generatie
- Dit model is de daadwerkelijke replicatie methode
- dispersieve model
- In dit model worden er stukken gekopieerd die niet aan elkaar zitten van de 2 helften waardoor je per streng nieuw oud nieuw oud DNA hebt en omgekeerd aan de andere kant
- Dit model is uitgesloten
Uitsluitings onderzoek
Matthew Meselson and Franklin Stahl hebben onderzoek gedaan naar de replicatie methode. ze hebben het onderzocht door zware 15N isotoop in het oorspronkelijke DNA te stoppen. vervolgens hebben ze de bacterie in een omgeving gezet met alleen het 14N isotoop. hierdoor heeft het DNA verschillende gewichten. door ze te laten repliceren en te isoleren en optelossen krijg je lagen op verschillende hoogtes in het mengsel.
Replicatie
vind plaats in de S fase van de cel
- Replicatie vind plaats vanaf 5’ naar 3’ aangebouwd
- En word van 3’ einde naar 5’ einde afgelezen
3’ einde Is de De Ribose kant 5’ einde Is de kant met de fosfaat groep
Synthese van nieuw DNA
Tijdens de replicatie splitsen 2 van de 3 fosfaatgroepen af van de nucleotiden, dit verzorgd voor de energie om het process voor te zetten zoals hierboven te zien
Enzymen
- Helicase
- Ontbind/ontkoppelt de 2 strengen DNA
- Dit is de 1e stap
- Single-strand binding protein
- Dit enzym zorgt ervoor dat het DNA niet weer aan elkaar bind
- Topoisomerase
- Zorgt ervoor dat de spanning die ontstaat het ontbinden
- door DNA los te knippen en buiten de knoop weer aan elkaar te koppelen
- Bij de teveel spanning kan het DNA in de knoop raken of breken
- (denk aan het ontbinden van een gedraaid touw)
- Zorgt ervoor dat de spanning die ontstaat het ontbinden
- Primase
- heeft een stuk RNA primer waar de DNA polymerase aan kan koppelen
- DNA Polymerase
- verzorgt de replicatie van het DNA
- Okazaki Fragment
- verzorgt de replicatie van de lagging strand
Strengen in DNA replicatie
2 soorten
- leading strand
- gaat aan 1 stuk door naar voren
- Lagging strand
- werkt een stapje 3’ naar 5’, doet vervolgens een grote stap terug en doet het opnieuw tot het weer aan sluit bij het begin van de vorige stap. en gaat weer een grote stap naar achter
- Okazaki fragment is het Enzym dat dit uit voert
- Het stuk RNA dat achterblijft wordt omgezet DNA polymerase I
Startpunt DNA replicatie
Eukaryoot
- Het DNA is zeer groot dus er zijn meerdere Ori(=origin punt)
- dus meerdere bubbels
- Lineair DNA
Prokaryoot
- Het DNA van een Prokaryoot is klein dus is er maar 1 Ori
- Dus maar 1 bubbel
- Circulair DNA
Proofreading
Het voorkomen van mutaties door het na lezen (proofreading) en herstellen van DNA Dit word uitgevoerd door
- DNA polymerase I
- vervangt RNA stukjes van de lagging strand
- DNA polymerase III
DNA repair systeem
Nucleotide Excision Repair (NER)
DNA reparatie Enzym (Nuclease)
- 100 verschillende in E.Coli
- 170 verschillende in Mensen