Micro-evolutie

  • Natural selectie heeft zijn effect op individuen, maar alleen populaties evolueren
  • Microevolutie is het kleinste niveau waarop evolutie onderzocht kan worden:
    • allelfrequenties

Genetische variatie

  • Verschillen tussen individuen die in de sequentie van het DNA gevonden kan worden

Variaties in genotype leiden tot variaties in fenotype

  • Niet alle fenotypische variaties zijn ook genotypisch
  • Natuurlijke selectie werkt alleen met genotypische variatie

Gene variability

Op het niveau van genen

  • Gemiddelde Heterozygositeit is het percentage heterozygoot voor een bepaalde loci
  • bv fruitvlieg
    • 1920 van de 13700 loci zijn heterozygoot
    • =14%

Nucleotide variability

  • op het niveau van de losse Nucleotiden
  • vaak niet terug te vinden in het fenotype

Mutaties

  • Mutaties zijn veranderingen in de sequentie van DNA
  • kunnen leiden tot nieuwe genen/allelen
  • alleen mutaties in cellen voor de voortplanting worden gebruikt worden doorgegeven

Verschillen gennummer of positie

Chromosomale mutaties als deleties zijn vaak gevaarlijk

Snelle voortplanting

  • Mutaties komen weinig voor in planten en dieren
  • Het gemiddelde is ongeveer 1 mutatie per 100,000bp per generatie
  • Door de de snelle voorplanting van prokaryoten leidt dit tot grote variaties in korte tijd

Seksuele voortplanting

  • Combineert allelen
  • bij seksuele voorplantende organismen
  • belangrijker voor variatie dan de andere

The hardy weinberg equation

  • een Populatie is een gelokaliseerde groep individuen die zich samen voortplanten en vruchtbare nakomelingen maken
  • een Genenpoel bestaat uit alle allelen voor alle loci in een populatie
  • een lucus staat vast (fixed) als alle individuen in een populatie homozygote zijn voor het locus

allelfrequentie

de frequentie van een allel in een populatie kan berekend worden

  • Voor diploide organismen is het totale aantal allelen op een locus gelijk aan het aantal individuen x2
  • Het totale aantal dominante homozygote allelen is 2 voor iedere dominante homozygote individu
    • en 1 allel voor iedere hetrozygoot
    • Hetzelfde geldt voor recessieve allelen

Hardy weinberg Principle

  • Het Hardy-Weinberg principe besdchrijft een populatie die niet evolueert

  • het kan gebruikt worden om allelfrequenties te bereken

  • volgens het Hardy-Weinberg principe blijven de frequenties van allellen in een populatie ongewijzigd


The founder effect

  • Founder effect ontstaat wanneer een kleine groep individuen geisoleerd raken van de populatie (polydactily bij de amish)

Bottleneck effect

  • Bottleneck effect is een plotselinge reductie in de populatie aantallen als gevolg van een verandering in het milieu (bosbrand, oil spill, overstroming)

Effects of genetic Drift

  1. in kleine populaties is er sneller sprake van genetische drift
  2. genetische drift zorgt voor random verandering in allelfrequenties
  3. genetische drift leidt tot afname van genetische variatie
  4. genetische drift kan invloed hebben op de frequentie van schadelijke allelen

Gene Flow

Gene flow: Beweging van allelen van de ene populatie naar de andere

Relative fitness

is de contributie die een individu doet