Codon Gebruik en Bias

  • 64 Codons
    • 61 coderen voor aminozuren
  • er zijn 20 aminozuren
  • Synonieme codons (triplets) in coding DNA
    • Dit kan bias vertonen
      • Dit kan verschillen tussen genen in een organisme en tussen organismes
      • Voorkeur voor bepaalde codons in genen met Hoge Expressie
      • Ligt aan de tRNA repetoire/beschikbare tRNA en andere factoren
      • mogelijke selectie voor bepaalde codons van wege door translatie optimalisatie en vouw stabiliteit van mRNA

Codon gebruik

  • Hoe makkelijk een gen wordt getransleerd ligt aan tRNA’s die aanwezig zijn.
  • Codon gebruik = gebruik van de codons in een gen of organisme

Correlatie tussen

  • GC content op de derde positie van een codon in een gen GC3
    • GC3 ~40% in L1 en L2
    • GC3 ~80% in H1, H2 en H3
  • GC content in een bepaalde regio’s.

Codon Bias

  • Codon bias = de voorkeur van een organisme voor het gebruik van bepaalde codons ten opzichte van andere codons.

Als codon WEL de Bias heeft Translatie snel Als codon NIET de Bias heeft Translatie Langzaam

CpG Island

  • Regulatie element: C gevolgd door G
    • 5’ --- C --- Phosfaat --- G --- 3’
  • Met C (naast een G) vaak gemethyleerd
    • Gemethyleerde C’s kunnen makkelijk naar een T muteren
  • Methylering resulteerd in werving van een eiwitcomplexen die zorgen dat DNA strakker oprolt
    • dit remt actieve transcriptie