9.8 Verdunnen

V1 x C1 = V2 x C2 (de cijfers zijn klein. De 1 staat voor situatie 1 en de 2 voor situatie 2)

C in mol en V in liter (maakt niet uit of het mililiter of iets is, zolang het maar aan beide kanten gebruikt wordt)

9.9 Elektrolyten

  • stoffen in opgelost water in en/of gesmolten toestand die stroom kunnen geleiden.

sterke elektrolyten: Zout valt uit elkaar zwakke elektrolyten: vallen niet helemaal uit elkaar niet-elektrolyten: Blijven aan elkaar

9.11 Eigenschappen van oplossingen

colligative eigenschap = een eigenschap dat met de consetratie/ het aantal deeltjes te maken heeft. colligatieve eigenschappen voorbeeld

  • zuiverheid bepaald door het aantal deeltjes in plaats van de massa

9.12 Osmose en osmotische druk

Dia 55 tot 60 #osmose is (een soort diffusie) de beweging van watermoleculen voor een goed balans. Als je meer zout in je lichaam hebt, krimpen de cellen. Als je meer water in je lichaam hebt, groeien je cellen.

osmotische druk = de druk die de osmose op je cellen zet.