Hoofdstuk 21

Wat zijn virussen

Niet:

  • Cellen
  • Gevoelig voor antibiotica
  • Levend Wel: Virussen zijn kleine infectueuze partikels die nucleïnezuren bevatten omgeven door een eiwit mantel, met soms daaromheen nog een membraan.

Virussen zijn veel simpeler dan zelfs prokaryoten.

Virussen kunnen niet zelfstandig reproduceren en hebben geen werkende metabolisme buiten een host-cel.

Het virale genoom en de capside

Virage genomen kunnen:

  • Dubbel (dsDNA) of enkel strengs DNA (ssDNA) hebben.
  • Dubbel (dsRNA) of enkel strengs RNA (ssRNA) hebben.

Een virus kan dus een DNA of RNA virus zijn.

Het virale genoom bestaat dus uit:

  • ss DNA of
  • ds DNA of
  • ss RNA of
  • ds RNA

Virale genomen hebben enkel een lineaire of circulaire nucleotide streng.

Virale genomen hebben tussen 3 tot 1000’en genen.

De omhulling van de nucleotiden noemen we capside.

De capside bestaat uit capsomeren.

Daaromheen zit eventueel nog een membraan (membranous envelope)

Soorten virussen

  • a) Mosaic viruses

    • Plantvirus
    • ssRNA
    • Eerst ontdekte virussen
    • verkleuring bladeren
    • We noemen ze helicale virussen
      • Rod-shaped
  • b) Adenoviruses

    • Dierenvirus
    • Luchtwegen
    • dsDNA
    • Icosahedral virus
    • Glycoproteins
  • c) Influienza viruses

    • Dierenvirus
    • Griepvirus
    • ssRNA
    • Membraan
  • d) Bacteriophages

    • Bacteriefirus
    • Worden bacteriofagen / fagen genoemd
    • Vaak complexe capside

Sommige virussen hebben een membraan/envelope.

Ze komen aan dit membraan door het te stelen van host-cellen.

Host range

Ieder virus heeft een host range:

  • Een spectrum aan organismen, weefsels, cellen dat het virus kan infecteren.

(dia 17, 18 en 19)

Fagen

Fagen zijn de best bestudeerde virussen.

Zij (en andere virussen) kennen een lytische cyclus en soms een lysogene cyclus.

Lytische cyclus:

  • Host-cel gaat dood na maken van nieuwe virussen. (virulente fagen)

Lysogene cyclus:

  • Virale genoom wordt in de host-cel geplaatst en cel gaat door zoals normaal, totdat het virus loskomt van de cel waardoor de cel overgaat naar de lytische cyclus. (gematigde fagen)

(zie dia 27)

Classificeren van dierlijke virussen

Er zijn twee criteria voor het onderscheiden van virussen:

  • DNA of RNA
  • Enkelstrengs of dubbelstrengs

Virussen zijn ook opgedeeld in sub-groups (baltimore classification), zie tabel hieronder voor guide:

Waardoor worden we ziek van virussen?

  • Virussen kunnen cellen doden door het vrijlaten van hydrolytische enzymen uit lysosomen.
  • Sommige virussen zetten de gastheercel aan tot productie van toxines.
  • Sommige hebben eiwitten aan de buitenkant zitten die toxisch zijn.

Verspreiding

Virussen verspreiden zich op twee verschillende manieren:

  • Horizontale verspreiding, door beschadigde celwanden.
  • Verticale verspreiding, overerving van de parent cel.

Viroids en Prionen

Viroids en Prionen zijn kleiner dan een virus, maar zijn wel infectueus.

  • Viroids zijn circulaire RNA moleculen die plantencellen kunnen infecteren en zullen net zoals virussen werken.
  • Prionen zijn traag opererende, vrijwel onverwoestbare proteïnen die hersenweefsel van dieren aantasten.
    • Scrapie bij schapen, gekke-koeien-ziekte en Creutzfeldt-Jakob bij mensen worden allemaal veroorzaakt door prionen