Termen

Speciation:

  • Soortvorming

Microevolutie:

  • Beslaat de evolutie van allelen.
  • Op het kleinste niveau.

Macroevolutie:

  • Beslaat de evolutie boven de soorten.
  • Verschil zit in de tijd en de schaal.

Soorten:

  • Een groep van populaties dat onderling vruchtbare nakomelingen kan krijgen.
  • Gene flow tussen populaties houdt het fenotype van de gehele soort gelijk.

Reproductive Isolation

Reproductieve isolatie:

  • De aanwezigheid van barrières die voorkomen dat twee individuen een levensvatbare en vruchtbare nakomeling kunnen krijgen.

Hybrides:

  • Hybrides zijn nakomelingen als twee verschillende soorten worden gekruist.

Barrières kunnen in twee groepen verdeeld worden.

  • Prezygotische barrières
  • Postzygotische barrières
Prezygotische barrièresPostzygotische barrières
Voorkomen bevruchting:Voorkomen na de bevruchting:
Habitat isolatieGereduceerde hybride levensvatbaarheid
Temporele isolatieGereduceerde hybride vruchtbaarheid
GedragsisolatieHybride afbraak
Mechanische isolatie
Gametische isolatie

Prezygotische barrières

Habitat isolation:

  • Twee soorten leven in een ander milieu en komen daardoor bijna nooit met elkaar in aanraking.

Temporele isolatie:

  • Soorten die zich voortplanten op verschillende soorten van de dag, ander seizoen, of andere jaren krijgen geen nakomelingen samen.

Gedragsisolatie:

  • Paringsgedrag en andere gedragingen uniek voor een soort zijn effectieve barrières.

Mechanische isolatie:

  • Morfologische verschillen kunnen bevruchting voorkomen.

Gametische isolatie:

  • De zaadcellen van de ene soort kunnen de eicellen van de andere soort niet bevruchten.

Postzygotische barrières

Gereduceerde hybride levensvatbaarheid:

  • De genen van twee verschillende soorten houden de ontwikkeling tegen.

Gereduceerde hybride vruchtbaarheid:

  • Steriele nakomelingen.
  • Kunnen geen kinderen krijgen.

Hybride afbraak:

  • Sommige eerste generatie hybrides zijn vruchtbaat, maar de volgende steriel.

Limitations of the Biological Species Concept

Het biologische concept van soorten kan niet toegepast worden op fossielen of aseksueel voortplantende organismen.

Other definitions of Species

  • Het morfologische soorten concept definieert soorten aan de hand van lichaamsvorm.
  • Het ecologische soorten concept kijkt naar de ecologische niche.
  • Het fylogenetische soorten concept ziet een soort als de kleinste groep organismen die een gemeenschappelijke vooroudersoort delen.

Soortvorming

Het ontstaan van soorten kan op twee manieren voorkomen:

  • Allopatrische soortvorming
  • Sympatrische soortvorming

Allopatric (“Other Country”) Speciation

Bij allopatrische/allopatric soortvorming, is de gene flow onderbroken of verminderd door geografisch isolement

Sympatric (“Same Country”) Speciation

Sympatrische soortvorming is minder voorkomend. Komt voor door bijvoorbeeld:

  • Polyploïdie
  • Seksuele selectie
  • Habitat differentiatie (natural selection)

Polyploïdie

Seksuele selectie

Habitat differentiatie

  • Fly lays eggs in apple maggot fly
  • dus: meidoorn appelboom

Hybrid zones

  • Een hybride zone is een regio waar twee verschillende soorten paren en hybrides krijgen.
    • Kan een enkele band zijn.
    • Kan ook complexer van vorm zijn
  • Er zijn drie mogelijke uitkomsten van hybride zones.
    • Versterking van reproductieve barrières.
    • Verzwakking van reproductieve barrières.
    • Stabilisering van reproductieve barrières.