Evolutie

  • Een theorie die het ontstaan van soorten beschrijft

Evolutie is descent with modification (afstamming met aanpassingen)

Scala Naturae and Classification of Species

De Griekse filosoof Aristotle zag soorten als onveranderd (scala naturae) (~400BC)

Het oude testament had een vergelijkbare opvatting. Alle soorten waren gemaakt door God en daarmee perfect.

Carolus Linnaeus was de grondlegger van de taxonomie.

Darwin’s focus on adaptation

Bestuderen van fossielen hielpen Darwin bij zijn theorie.

In de paleontologie worden fossielen bestudeerd

Hij bestudeerde dieren en de adaptaties die ze hadden aan de omgeving waarin ze leefden.

Adaptatie

  • Overerfbare eigenschap die de overlevingskans en het reproductievoordeel van een organisme verhoogt.

Natuurlijke selectie

  • Proces waarbij de individuen met bepaalde erfelijke eigenschappen een hogere overlevingskans hebben en meer kans op nakomelingen hebben vanwege die eigenschap.

The origin of species

In 1844 schreef Darwin een essay over het ontstaan van soorten en natuurlijke selectie.

In Juni 1858 ontving Darwin een manuscript van Alfred Russell Wallace die een soortgelijke theorie beschreef.

Darwin maakte snel zijn The Origin of Species af en publiceerde het.

De ideeën die Darwin daarin beschreef waren als volgt:

  • Afstammeling met modificaties beschrijft de diversiteit tussen soorten.
  • Natuurlijke selectie komt door adaptieve evolutie

Descent with modification

  • Beschrijft dat alle soorten van vooroudersoorten afstammen.

Artificial selection:

  • Als de mensheid soorten manipuleert door natuurlijke selectie te stimuleren.

4 observaties van Darwin

  • Observatie #1:
    • Er is veel variëteit tussen individuen in een populatie
  • Observatie #2:
    • Eigenschappen erven over van ouders naar kinderen
  • Observatie #3:
    • Alle soorten kunnen meer kinderen krijgen dan de omgeving toe laat.
  • Observatie #4:
    • Bij gebrek aan voedsel of andere voorzieningen sterft een gedeelte van de soort.

Conclusies van Darwin

  • Conclusie #1:
    • Individuen die erfelijke eigenschappen hebben met een hogere overlevingskans en dus ook een hoger reproductievoordeel, hebben meer kinderen.
  • Conclusie #2:
    • Dit selectieve overerven van bepaalde eigenschappen leidt tot een opstapeling van gunstige eigenschappen in soorten

Misconcepten

Individuen evolueren niet, alleen populaties doen dat.

Natuurlijke selectie leidt tot de afname of toename van erfelijke eigenschappen.

Adaptatie is voor iedere omgeving anders.

De mens stamt niet af van de chimpansee, we delen een gemeenschappelijke voorouder.

Een ijsbeer heeft niet een dikke vacht door zijn koude omstandigheden. Evolutie kan niet actief/gericht, het is gewoon toeval geweest.

Bewijs dat evolutie echt bestaat

  1. Directe observaties
  2. Fossielen
  3. Homologie
  4. Biogeografie (voorbeelden op dia 45 t/m 54)

Convergent evolution

Convergent evolution is de evolutie van analoge organen.

Analoge organen zijn soortgelijke oplossingen die niet van elkaar afstammen.

Oftewel organen die hetzelfde doen maar niet dezelfde oorsprong hebben.

Bio-geography

Darwin’s observaties van bio-geografie, de geografische distributie van soorten, was een belangrijk onderdeel van zijn evolutietheorie.

Eilanden hebben veel endemische soorten die het meest lijken op soorten die het dichtstbij zijn op het vaste land.

Dit kan komt door de continentale drift over de jaren heen.