Huid en slijmvliezen

  • Huid
    • Meerlagig epitheel
    • acellualaire hoornlaag
    • vetzuren
    • commensale bacteriën
  • Slijmvliezen
    • darm
    • luchtwegen
    • urogenitaalstelsel

Slijmvliezen

Epitheel: enkele cellaag, toch beschermd

  • tight junctions tussen cellen
  • trilharen
  • slijm
  • zuurgraad
    • maag
    • vagina
  • stroom
    • urine
    • luch

Antimicrobiële eiwitten

  • Lysozym
    • breekt koolhydraten af
  • Lactoferrine
    • bindt ijzer
  • Defensinen
  • Collectinen

Aangeboren immuunsysteem

Elk deel van het aangeboren immuunsysteem werkt aspecifiek.

Het aangeboren immuunsysteem bestaat uit verschillende soorten dingen die het lichaam beschermen.

Het bestaat uit:

Herkenning

Het aangeboren immuunsysteem werkt met herkenning:

  • Vreemd signaal (PAMPs)
    • Pathogen-associated molecular patterns (PAMPs) zitten op micro-organismen.
    • Dit is een teken dat er waarschijnlijk een ziekteverwekker zit op dat micro-organisme.
  • Gevaar signaal (DAMPs)
    • Danger-associated molecular patterns (DAMPs) zitten op verkeerd gedode eigen cellen.
    • Als een eigen cel op een verkeerde manier dood is gegaan, wordt deze stof losgelaten en weet het lichaam dat er iets mis is.

Complement systeem

Het complement systeem bevat niet uit cellen maar uit ~ 30 eiwitten.

Het wordt geactiveerd door PAMPs

Het complement systeem werkt door te binden aan een pathogene cel en daar vloeistoffen in te pompen waardoor de vijandelijke cel dood gaat.

Fagocyten

Fagocyten doden bacteriën.

Twee voorbeelden van fagocyten zijn:

  • neutrofiel
  • macrofaag

Lang levende fagocyten:

  • monocyten
    • in het bloed
  • macrofagen
    • in de weefsels
  • dendritische cellen
    • in de weefsels

Kort levende cellen: granulocyten

  • neutrofielen
    • in het bloed
    • doden bacteriën
  • eosinofielen
    • doden parasieten
    • geen echte fagocyt
  • basofielen
    • ontstekingsreactie en allergie door afgifte histamine
    • geen echte fagocyt

Natural killer-cellen (NK-cellen)

NK-cellen doden virussen en tumorcellen door eigen cellen te doden.

Daarvoor gebruiken ze Granula

Granula om “gevaarlijke eigen” cellen te doden:

  • tumorcellen
  • virus-geïnfecteerde cellen
  • cellen met intracellulaire bacteriën of parasieten

Ze ontstaan uit lymfoïde voorlopercellen

  • Net als B en T cellen
    • van het verworven immuunsysteem

Ze herkennen gevaar door:

  • Patronen aanwezigheid van DAMP + afwezigheid MHC-1

MHC(1)-moleculen

  • Een molecuul dat laat zien wat de cel aan het maken is.